Column: Waarom een Ministerie van Digitale Zaken? – Deel 5

22 juni 2021

Mijn naam is Ivo Roefs, ik ben voorzitter van branchevereniging DDA, de Dutch Digital Agencies.
In de aanloop naar een nieuw kabinet  stel ik mij voor dat ik fractievoorzitter ben, of lijstduwer, of Kamerlid, of woordvoerder; ik doe kortom net alsof ik in Den Haag werk, en mag helpen om een nieuw regeerakkoord in elkaar te zetten.
Wat zou ik doen?

Ik zou ervoor zorgen dat we beter werden in het vasthouden van kennis, als het gaat om kritieke IT-processen, dát is wat ik zou doen. – En hier is waarom.

Een televisie zonder afstandsbediening, een fiets zonder trappers, een slot zonder sleutel: iedereen weet dat je er niet veel aan hebt. En toch is dat wat er steeds opnieuw gebeurt met de IT van de overheid: we hebben iets staan, maar het doet niet wat we willen.

Dat komt door een veelheid aan factoren, maar één aspect springt eruit, en dat is het aspect van de kennisfragmentatie. – Moeilijk woord, dus laat me uitleggen wat ik bedoel.

De kennis over de systemen van de overheid is om te beginnen niet centraal belegd. Ik heb op deze plek al eens een lans gebroken voor een Ministerie van Digitale Zaken, en dat doe ik vandaag opnieuw. We kunnen de IT-kennis van de overheid onmogelijk laten waar ze nu is, namelijk: verspreid over een veelheid aan departementen, directoraten en afdelingen.

U moet zich daarbij bedenken dat het personeelsverloop onder IT-mensen gemiddeld hoger is dan bij andere ambtenaren, waardoor zo’n departement, directoraat of afdeling na een jaar al niet meer dezelfde kennis in huis heeft.

Op deze manier blijven we steeds opnieuw aan het werk gaan met systemen die niet toekomstbestendig zijn. 

Om het erger te maken, wordt het IT-beleid van de overheid geëvalueerd door een tijdelijke Kamercommissie, waarvan de belangrijkste leden na de formatie van het nieuwe kabinet  alweer afzwaaien. Zodat ook bij de controlerende macht, de kennis van vandaag de verdwenen afstandsbediening van morgen is.

En om het nóg erger te maken, werkt de overheid veelal met buitenlandse partijen, waarop we geen enkele invloed hebben. De garantie dat dáár de kennis bewaard blijft, is er dus ook niet.

Daarom zeg ik: laten we zorgen dat we een onafhankelijker en daardoor toekomstbestendiger IT-beleid gaan voeren. Laten we het centraal beleggen, en met lokale expertise aan de slag gaan: laten we de slimste koppen uit ons eigen land aan het werk zetten.

Ik zeg dat overigens niet in mijn eentje, want ik zeg het namens de branche die staat te trappelen om dit probleem op te lossen. En al die professionals zeggen hetzelfde: geef de digitale overheid een kans, zorg dat de kennis lokaal belegd wordt.

Dat kan makkelijk, want Nederland heeft zo’n beetje de meest bruisende digitale branche buiten Silicon Valley. De Nederlandse overheid hóeft helemaal niet in de rij te gaan staan in China of in de Verenigde Staten.

Zoals het nu is, moeten we steeds toekijken hoe de overheid krampachtig op zoek is naar de afstandsbediening, de trappers of de sleutel. – Zoals het nu is, weten we in feite van tevoren, dat we over vijf jaar niet meer weten hoe het werkt. – Zoals het nu is, kortom, moeten we echt geen dag willen doorgaan.

Dus: hoe zorgen we dat de overheid zijn IT-kennis centraal belegt en actueel houdt? Hoe wordt de digitale overheid flexibel en oplossingsgericht, in plaats van star en systeemafhankelijk? – dat zijn de vragen van vandaag, en ze schreeuwen om antwoord.

Daarom roep ik Den Haag op, vanaf deze plek. Want het kan niet langer wachten. Het regeerakkoord dat komt moet niet alleen verstandig zijn, het moet vooral ook slim zijn; slimmer dan ooit. Laten we alsjeblieft onze IT toekomstbestendig maken.

De volgende keer op deze plek: een oproep aan de burgers en bedrijven van ons land.