‘Nieuwe standaarden nodig voor succesvol digitaliseren’

04 november 2021

Een overheid die succesvol wil digitaliseren heeft nieuwe conventies en standaarden nodig: een digitale standaardtaal die alle overheidsorganisaties delen. Zo’n ‘digitale eenheidsstaat’ zal leiden tot een beter functionerende overheid en vervolgens ook tot betere dienstverlening. Dat betoogde Arno Visser, president van de Algemene Rekenkamer, tijdens de tweede Digitaal Burgerschapslezing Nederland op 3 november in het Haagse perscentrum Nieuwspoort.

Veel van de digitaliseringsproblemen waar de overheid mee worstelt, zijn terug te voeren op het ontbreken van gezamenlijke afspraken en standaarden, vindt Visser. Daardoor communiceren IT-systemen van verschillende overheidsorganisaties moeilijk met elkaar, en dat wreekt zich nu de overheid steeds meer geacht wordt op te treden als één overheid, hield de president van de Rekenkamer zijn gehoor voor. Problemen aan de start van de coronacrisis, met het persoonsgebonden budget en met de aanpak van strafzaken, allemaal zijn ze terug te voeren op het ontbreken van digitale conventies. ‘Het ontbreekt aan één digitale architectuur, aan één gezamenlijke digitale aanpak. Ik denk dat digitale standaardisatie nieuwe problemen kan voorkomen.’

Historische voorbeelden hoe conventies de wereld beter kunnen maken liggen voor het oprapen, zei Visser. Denk aan de standaardtijd, die in de negentiende eeuw een eind maakte aan de praktijk dat elke plaats zijn eigen tijd had, en aan de Nederlandse taal, die als een koepel over een rijkdom aan dialecten ligt. Visser: ‘De geschiedenis leert ons dat invoering van standaarden verbindend werkt.’ 

Als geslaagd voorbeeld waartoe een gezamenlijke aanpak bij digitalisering kan leiden noemde Visser iDeal, het systeem voor digitale betalingen dat de Nederlandse banken gezamenlijk ontwikkelden. ‘Die samenwerking van concurrenten heeft geleid tot gebruiksgemak.’

Aftermovie Digitaal Bugerschapslezing

‘Iedereen onafhankelijk’

Waarom die gezamenlijke grondslag voor digitalisering in Nederland ontbreekt, is volgens Visser helder. ‘Onze publieke organisaties zijn allemaal onafhankelijk, ze hebben van oudsher het recht zichzelf te organiseren zonder boven- of onderliggende architectuur waarop de technologie zich kan baseren. Maar het gevolg is dat ze daardoor heel vaak niet in staat zijn met elkaar te communiceren, laat staan samenwerken of prestatie vergelijken. In onze gedecentraliseerde eenheidsstaat leidt digitalisering van publieke diensten tot communicatieproblemen tussen publieke organisaties onderling en tussen organisaties en burgers.’ 

Is het dan allemaal kommer en kwel, wilde de zaal weten. Want het publiek – onder wie Kamerleden, ambtenaren en vertegenwoordigers van digitale bureaus – zag wel degelijk hoopvolle ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld het Common Ground-project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Binnen gemeenten zijn best goede voorbeelden, erkende Visser meteen. ‘Maar binnen ketens wordt het lastig.’ Om succesvol te digitaliseren, zei Visser, is sturing van bovenaf nodig om tot nieuwe conventies te komen. Hij ziet daarin vooral een rol voor het ministerie van Binnenlandse Zaken.

‘Klein beginnen’

Nieuwe standaarden en conventies waren niet de enige verbeterkansen die tijdens de Digitaal Burgerschapslezing over de tong gingen. De overheid zou erbij gebaat zijn om digitaliseringsprojecten op te knippen in behapbare brokken, betoogde gastheer Ivo Roefs, voorzitter van de stichting Digitaal Burgerschap Nederland. ‘Digitaliseren is vooral een kwestie van beginnen bij het begin, de gebruiker, en je afvragen: wat wil die nu echt? Als je dat doet, zul je zien dat verandering zelden radicaal is. Dan ontdek je werkende weg wat de volgende stap zou moeten zijn.’

Als voorbeeld noemde Roefs Australië, waar de overheid een apart bureau verantwoordelijk maakte voor de digitalisering en waar het opknippen van projecten de standaard is, waardoor ze wendbaarder en schaalbaar worden. Roefs: ‘Je moet klein beginnen om grootse resultaten te bereiken, en komen tot een continu proces dat de levens van miljoenen Nederlanders elke dag een beetje beter maakt.’

Lisa van Ginneken, Tweede Kamerlid voor D66 en panellid na afloop van de Digitaal Burgerschapslezing, zag daar wel iets in. ‘Ik zou me kunnen voorstellen dat je al in een heel vroeg stadium met inwoners en bedrijven het gesprek voert en zo een iteratief proces van ontwikkeling in gaat.’ 

‘Eén verhuisdienst’

Standaardisering van afspraken is één, maar standaardisering binnen de dienstverlening van de overheid zelf is in de toekomst ook denkbaar, vond Carolien Nicolai, beleidsmedewerker dienstverlening bij de gemeente Zeewolde en lid van het actieteam Gebruik Centraal, eveneens panellid. ‘Je moet je verhuizing nu doorgeven bij de gemeente, maar waarom hebben we niet één landelijke verhuisdienst? Dan spreek je automatisch één taal en kan de gemeente er vervolgens mee aan de slag.’

Detaillistisch aanbesteden

Aanwezigen van de digitale branche zetten in Nieuwspoort vraagtekens bij de manier waarop overheden hun digitaliseringsprojecten aanbesteden, bleek in de discussie. Aanbestedingen, schetsten vertegenwoordigers van verschillende digitale bureaus die websites en apps bouwen, beschrijven vaak zo detaillistisch wat het resultaat moet zijn dat er geen ruimte is om met goede, vernieuwende oplossingen te komen. ‘Elke ruimte om in het proces te innoveren ontbreekt’, viel te horen.

Daar zit wel iets in, vond Lisa van Ginneken. ‘Een risicomijdende houding bij overheden leidt tot juridische aanbestedingen. Misschien moeten we er minder juristen naar laten kijken en meer mensen die iets willen bereiken.’ 

Lees hier de hele Digitaal Burgerschapslezing Nederland 2021 en kijk hier de lezing en paneldiscussie terug.

Digitaal Burgerschap Nederland is een initiatief van Dutch Digital Agencies